vrijdag 1 juni 2007

Hoop en Simon

Frankrijk, Toulouse, 1835

De gure wind blaast door de bomen. Bruinoranje bladeren vallen naar beneden op de stoep. Mensen lopen met hun handen diep in hun zakken door de straten, op weg naar binnen. De herfst valt als een trieste sluier over het land. Bomen en struiken veranderen en sterven af. De zon verliest haar krachtige stralen en de regen neem haar intocht.
Met een bezorgde blik staat ze voor het raam. Een rilling over haar rug laat haar inkrimpen. Snel wrijft ze over har armen en probeert zich weer op te warmen. Tegenover haar, aan de overkant van de straat, staat een jongen. Zijn perfect gemaakte krullen dansen in de wind. In zijn hand houdt hij een paraplu. Een prachtige paraplu. Met stukjes kant, en van mooie stof. Wat zou ze graag zo’n paraplu willen hebben. Om er mee te lopen over straat. En dat alle mensen haar zouden zien. Ze zou er alles voor over hebben om die paraplu te hebben.
‘Lulu! Wat sta je daar voor het raam niets te doen? Kom onmiddellijk hier!’ Snel draait het meisje zich om. ‘Ja mevrouw, ik kom eraan.’ Zegt ze haastig. Met een laatste blik over haar schouder ziet ze de jongen verdwijnen. Met zijn prachtige paraplu.
‘Lulu, waar zat je naar te kijken?’ Een vrouw van ongeveer 50 jaar kijkt Lulu met haar strenge, kleine ogen aan. Zenuwachtig kikt Lulu om haar heen. ‘Niet mevrouw, het was niets.’ Zegt ze zacht en onzeker. ‘Als ik dat nog een keer zie gebeuren, moeten er maatregelen komen. Heb je dat begrepen Lulu?’ Ze knikt. Snel draait ze zich om en loop naar achter in het enorme huis. Achter een bruine, krakende deur bevindt zich een klein, koud kamertje. Bedachtzaam sluit Lulu de deur achter zich en gat op haar bed liggen, haar hoofd naar boven gericht. Zachtjes hoort ze muziek. Het klinkt triest, droevig. Ze draait zich om om het beter te kunnen horen/ ze was hier nu al vijf jaar en nog nooit had ze muziek gehoord. Ze sprong op en liet haar leiden door har gehoor. De muziek scheen uit de studeerkamer te komen. Zachtjes opent ze de deur en kijkt nieuwsgierig naar binnen. Achter een clavichord ( soort piano) zit een meneer. Meneer Cartiene. Lulu laat zich meenemen door de mooie muziek. Ineens stopt het. Verrast klapt ze in haar handen. ‘Wat goed meneer! Wat mooi.’ Roept ze verrast. De man draait zich snel en geërgerd om. ‘Wat doe jij hier, stom wicht?’ ‘Ik..’ probeert Lulu. ‘Zwijg!’ Buldert meneer Cartiene. ‘Je bent ons dienstmeisje, niet onze adviseuse. Verdwijn uit mijn ogen!’ Ze zweeg, keek naar de grond en verdween. Er was niets anders wat ze kon doen.

Dit is het eerste, prille begin van mijn boek waar ik nu al een tijdje mee bezig ben.
Ik moest hier ineens aan denken, want ik had woensdag een ONE-avond. Het thema was Hoop.
Een prachtig onderwerp! Annefrouk de Goede kwam wat vertellen.
Ik vond dat dit stukje wel mooi paste bij het woord Hoop. Lulu, helemaal alleen, gevangen door angst en macht verlangt naar hoop. Die hoop die haar zachtjes vast pakt bij haar handen. Zwervend over woestijnen en kloven. Verder dan het eind en dan weer terug. De hoop die haar overspoelt met glimlachen, fijne gedachtes. De hoop die in ieder mens schuilt. Hoop in grote dingen, of kleine. Hoop helpt ons overleven. Ons door te gaan in een strijd die nooit lijkt te eindigen. Hoop op aardse dingen tegen Hoop op God. Hoop dat het gaat lukken, hoop dat mensen me mogen, hoop dat ik mag slagen tegen de hoop die God ons geeft. Díe hoop schuilt in mij. Ik heb de hoop gevonden. Ik heb gevonden waar ik naar zocht. Ik heb de hoop gevonden om te vertrouwen op iets wat ik niet kan zien of horen, maar waarvan ik wel weet dát het er is. En dat is belangrijker.
Hoop maakt gelukkig. Ik ben gelukkig, want ik weet dat ik mag hopen op de Heer, die het beste met me voorheeft. Hoop doet Leven zei Annefrouk. Daar heeft ze geleik in. Zonder hoop zouden we nergens zijn. We zouden zwerven over de aarde zonder doen, zonder bestemming. We zouden zoeken naar dingen zonder dat we wisten waar ze waren. We zouden ons vastklemmen aan dingen hier op aarde.
Maar in Hoop mogen wij leven, ik hoop mogen wij God danken omdat hij ons heeft gemaakt!
Zo, dat was mijn boodschap voor vandaag!
T was fijn om dit op te schrijven, dat doet me wel wat.
Misschien schrijf ik de rest van mijn gedachtes ook wel op.
Om jullie te laten weten wat er in mijn hoofd omgaat.
Op dit moment alleen maar goede dingen, vol hoop!
Mijn leven is Hoopvol, vol Hoop!
Ik hoop die van jullie ook!
dit is trouwens mijn Uberhippe lieve broertje.
ik had vanmiddag een heuze fotosessie met dat lieve jongetje:)
en ik moet zeggen, het is best goed gelukt! wat een natuurtalent!
ookal is ie soms toch wel vervelend, ik houd zielsveel van dat joch en ik denk jullie ook wel ( op 1 of andere manier)

Lydia

6 opmerkingen:

Bartolomeüs zei

gaaf begin van je boek joh
egt waar
ik lees niet vaak boeken omdat ik meestal ongeïnterreseerd raak
maar dit stukje wilde ik wel graag helemaal lezen omdat het me boeide
ik vind dat je egt goed kan schrijven
maar dat wist je al

ik heb ook nog een hele leuke foto van simon trouwens
die is eg heel grappig

groetjes bart

Anoniem zei

Echt een super mooi begin idd lied! Moet je echt mee doorgaan. En mocht je het ooit aan iemand willen laten lezen dan houd ik me aanbevolen!

x

Esther zei

Esther dus

Lydia zei

ow
ik dacht al jah:P
nou dank je esther
en bart:)

lydia

Bartolomeüs zei

geen dank hoor
ik zou em ook graag willen leze als ie af is;)

groetjes bart

Mariska zei

lydia je bent zo'n mooi mens, met zo veel talenten. denk je later als je zwaar beroemd en bekent bent nog eens terug aan deze tijd? toen je mij kende? ;)